De dubbele helix

De dubbele helix

Een eenakter voor vijf personen

 

 

Rollen:

 

WATSON: Een botte wetenschapper. (Edwin)

INTERVIEWER: Een zenuwachtige vrouw. (Titia)

CRICK: Een geest uit het verleden. (Niels)

ROSALIND: Nog een geest uit het verleden. (Hendrike)

QUIZMASTER: Stelt de vragen. (Titia)

 

 

 

Een man zit op het toneel. Het is James Watson. Hij zit een boek te lezen. Ondertussen luistert hij naar klassieke muziek. Opeens wordt er op de deur geklopt. Watson kijkt op.

 

WATSON                 Binnen!

 

Een vrouw komt binnen. Ze komt een beetje zenuwachtig over.

 

INTERVIEWER    Goedemorgen, meneer Watson.

 

De interviewer gaat zitten.

 

WATSON                 Zeg maar Jim hoor! Neem plaats.

 

WATSON                 Stel de eerste vraag maar.

 

De interviewer wordt van deze opmerking nog zenuwachtiger. Ze gaat wat in haar papieren rommelen, die ze vervolgens op de grond laat vallen. Watson kijkt geamuseerd toe. Uiteindelijk weet ze zichzelf (en de papieren) bijeen te rapen.

 

INTERVIEWER     Ehm, meneer Watson… Ik bedoel Jim. Vertel eens, waar bent u het meeste trots op?

 

WATSON                 Waar ik het meeste trots op ben? Dat zijn twee boeken die ik geschreven heb: The Molecular Biology of the Gene en The Double Helix.

 

INTERVIEWER     Bent u niet trots op uw ontdekking van het DNA?

 

WATSON                 Nee, het DNA zou toch wel gevonden zijn. Ik was degene die het uiteindelijk ontdekte omdat ik de grootste drive had. Ik had een obsessie. Ik wou het DNA ontdekken, ontrafelen, ophelderen. Ik wist dat het iets groots zou worden.

 

INTERVIEWER     En het is zeker iets groots geworden. Er is veel veranderd in die zestig jaar.

 

WATSON                 Ach ja, anno 2013 kijkt niemand meer op van genetische screens, gentherapie en DNA-identificatie. Kanker bijvoorbeeld, is nu gewoon te genezen! Dat soort dingen waren in 1953 alleen nog maar verre, verre toekomstmuziek. Je kan je nu niet meer voorstellen hoe weinig we toen wisten. Ook als je kijkt naar …

 

Een man verschijnt plotseling op het toneel. Watson is verbijsterd.

 

WATSON                 Francis! Ben jij dat? Was jij niet… niet… niet…

 

Het blijft stil.

 

CRICK                      Dood?

 

WATSON                 Ja.

 

CRICK                      Ik zal eerlijk tegen je zijn, Jim, dat ben ik altijd geweest. Ja, ik ben dood.

 

WATSON                 Sodemieter op!

 

Watson is zichzelf weer.

 

CRICK                      Maar Jim, ik ben hier om je…

 

WATSON                 Rot op! Ik weet precies wat je doet. Je bent een hallicuninatie, en je komt mij vertellen dat ik gek aan het worden ben! Nou, hier trap ik dus niet in. Je bent begraven, opgevreten door de wormen en tot stof vergaan. Dood is dood, Francis! Onthou dat!

 

Crick verdwijnt weer. De interviewer lijkt niets te merken van dit alles. Ze staat op het punt om haar volgende vraag te stellen.

 

WATSON                 Dood is dood…

 

Dit hoort de interviewer wel.

 

INTERVIEWER     Pardon?

 

WATSON                 Niets…

 

INTERVIEWER     Jim, kun je misschien nog een keer vertellen hoe je precies het DNA ontdekt hebt?

 

WATSON                 Niemand had in 1953 enig idee wat de functie van DNA was. DNA werd eigenlijk genegeerd door de wetenschap. Ik had een sterk vermoeden dat DNA het molecuul was dat verantwoordelijk was voor het opslaan en het doorgeven van genetische informatie. En dat was iets wat op dat moment nog een groot raadsel was. Ik besefte dat we – ik werkte samen met Francis Crick - daarom de structuur van DNA moesten ophelderen. Op die manier zou misschien duidelijk worden hoe DNA genetische informatie opslaat, en dat zou natuurlijk de grootste ontdekking van de eeuw zijn.

 

Crick verschijnt weer.

 

CRICK                      Jim, luister nou!

 

Watson is nogal geïrriteerd.

 

WATSON                 Francis, ik ben met een interview bezig!

 

CRICK                      Jim, ik moet je wat vertellen. Het gaat over Rosy.

 

Watson is nu van zijn stuk gebracht. Langzaam komt nu het besef dat hij gek aan het worden is.

 

WATSON                 Rosy? Wat is er met haar?

 

CRICK                      We zaten fout, Jim! Fout! Voor mij is het te laat, maar jij kan nog veranderen!

 

WATSON                 We zaten helemaal niet fout. Wat klets je nou! We zaten goed! En we zaten zelfs zo goed dat we een nobelprijs hebben gekregen!

 

En Crick is alweer weg.

 

WATSON                 Rosy…

 

INTERVIEWER     Eh, u bedoelt Rosalind Franklin? De vrouw die een belangrijke bijdrage leverde aan jullie onderzoek? Hoe zat dat ook alweer?

 

WATSON                 Rosy was een medewerkster van een bevriend lab. Zij maakte uiteindelijk de röntgendiffractiefoto's die ons belangrijke aanwijzingen gaven over de structuur van DNA. Die foto's waren belangrijk, maar ook weer niet zo belangrijk. Ook zonder haar was het ons gelukt.

 

INTERVIEWER     U bent later niet zo aardig voor haar geweest. U beschreef haar o.a. als een frigide, onaardig mens.

 

WATSON                 Dat was ze ook! Maar goed, het is allemaal zo lang geleden. Wat doet het er ook toe? Helaas is ze in 1958 overleden aan kanker. Veel te vroeg. Veel te vroeg.

 

INTERVIEWER     Die foto's, die zo belangrijk waren voor jullie, die waren toch zonder haar toestemming aan jullie gegeven?

 

WATSON                 Dat is waar. Maar ja, wat kon ik daar aan doen? Ik zou toch gek geweest zijn om die foto's niet te gebruiken? Wat zou jij hebben gedaan?

 

En daar is Crick weer.

 

CRICK                      Hij komt eraan! Hij komt eraan!

 

WATSON                 Wie, Francis? Wie?

 

CRICK                      Zeg dat het je spijt. Zeg het! Het is nog niet te laat.

 

WATSON                 Waar heb je het over, Francis? Jezus, dit lijkt wel Dickens. Je gaat toch niet met mij terug naar mijn kindertijd? Daar heb ik geen zin in hoor.

 

CRICK                      Ik heb het over Rosy! We hadden haar beter moeten behandelen. En nu word ik ervoor gestraft. Het feministische vagevuur is geen pretje, Jim. Neem dat maar van me aan! De pijn is ondraaglijk!

 

WATSON                 Goh.

 

CRICK                      O god, hij komt eraan!

 

En Crick verdwijnt weer. Voorgoed. Watson gaat door met zijn verhaal over de ontdekkin van DNA. Hij probeert de geesten uit het verleden simpelweg te negeren.

 

WATSON                 Hoe dan ook, die foto's van Rosy gaven ons belangrijke aanwijzingen over de structuur van DNA. We knutselden daarom op basis van eerdere experimenten een model inelkaar, bestaande uit een dubbele helix, twee strengen dus. Deze strengen bevatten vier nucleotides.

 

ROSALIND              Zo Jimmy, zie ik jou ook weer eens!

 

WATSON                 Vier nucleotides: adenine, guanine, cytosine en thymine.

 

ROSALIND              Begroet je me niet even? Je hebt me zolang niet gezien!

 

WATSON                 We ontdekten dat adenine aan thymine bond, en guanine aan cytosine. De ene DNA-streng was dus het spiegelbeeld van de andere. Een adenine van de ene streng is verbonden aan een thymine van de andere streng, en vice versa. Precies hetzelfde gold voor guanine en cytosine.

 

ROSALIND              Goed uitgelegd, Jimmy!

 

Watson wordt steeds zenuwachtiger en verwarder. Toch probeert hij zijn verhaal af te maken.

 

WATSON                 Deze vier nucleotides vormen dus de genetische code. Zoals een alfabet 26 letters heeft, heeft de genetische code er vier.

 

ROSALIND              Chocolaatjes, Jimmy, chocolaatjes.

 

WATSON                 En als er genetische informatie doorgegeven moet worden, kan dat heel simpel. De twee strengen van de dubbele helix gaan uitelkaar, op elke streng wordt een nieuwe streng gezet, en voila: je hebt twee dubbele helices. De een blijft in de oude cel, de andere gaat naar de nieuwe cel.

 

ROSALIND              Een doos met chocolade.

 

WATSON                 Waar heb jij het over?!

 

ROSALIND              Een doos met chocolaatjes, die nam Wilkins een keer voor me mee. Ken je Wilkins nog? Hij was degenen die mijn foto's ongevraagd aan jullie cadeau heeft gedaan. Maar dit terzijde. Met chocolaatjes dacht ie mijn vriendschap te kopen! Met chocola! Wat dacht hij wel niet van mij. Woedend werd ik. Ik gooide die doos – er zat ook een felgekleurde strik omheen – in een hoek en heb de hele dag niks meer gezegd.

 

WATSON                 Is dit relevant? Wat heb ik hiermee te maken?

 

ROSALIND              Alles, Jimmy, alles. Ach, het was niet mijn idee om je op te zoeken. Hij wou het graag.

 

WATSON                 Wie is hij?

 

ROSALIND              Dat mag ik niet zeggen. Nee, Jimmy, ik ben niet boos op je. Het is gegaan zoals het gegaan is. Terugkijken heeft geen zin.

 

Watson ontploft.

 

WATSON                 Was dat het? Kom je me daarvoor storen? Ik heb jou maar een ding te zeggen, heks, want dat ben je, en dat is: ga weg!

 

De interviewer kan dit allemaal horen.

 

INTERVIEWER     Ga weg?

 

WATSON                 Ik had het niet tegen jou!

 

Rosy is nu ook een beetje nijdig.

 

ROSALIND              Toe maar. Maak jezelf maar belachelijk! Nou, hij komt eraan. Berg je dus maar.

 

WATSON                 Wie? Wie komt eraan? Waarom verteld niemand mij hier wat.

 

ROSALIND              Zal ik je het goede antwoord dan maar geven? Net als zestig jaar geleden. Degene die je komt halen is de grote quizmaster. Daar hou je toch zo van? Quizzen?

 

WATSON                 Quizmaster? Quiz?

 

INTERVIEWER     Quiz? Wilt u het daar liever over hebben? Hoe heette die show ook alweer? Kids Quiz?

 

WATSON                 De Quizkids. Ik was 12 jaar en ik wist alles. En ik wou winnen. Het werd op TV uitgezonden. Miljoenen kijkers. En ik wou winnen. En ik heb ook gewonnen.

 

Dreigende muziek op de achtergrond. Watson is ondertussen helemaal door het dolle heen.

 

WATSON                 Het interview is afgelopen. Je moet weg.

 

INTERVIEWER     Maar ik heb alle vragen nog niet gesteld!

 

WATSON                 Haal de antwoorden maar uit ouwe interviews. Tot ziens!

 

Watson doet de deur voor haar open. De interviewer verlaat het toneel. Watson is nu alleen. De quizmaster is nu ook aanwezig. Alleen zijn stem is te horen.

 

QUIZMASTER       Zo, Jimmy, de grote finale.

 

WATSON                 Wie bent u?

 

QUIZMASTER       Ik stel hier de vragen Jimmy. Hier komt de eerste. Wat is de vogel die afgebeeld staat op het eerste hieroglyfteken?

 

WATSON                 Dit is belachelijk.

 

QUIZMASTER       Is dat je antwoord?

 

WATSON                 Nee! Het antwoord is de gier!

 

QUIZMASTER       Dat is goed! Hier is je tweede en laatste vraag. Als je hem goed hebt, dan ga je naar huis met de grote prijs. Het is een makkelijke gelukkig. Wie was Rosalind Franklin?

 

WATSON                 Dat is toch geen quizvraag? Hoeveel seconden heeft een jaar. Noem alle manen van saturnus. Dat zijn vragen! Wat moet ik hier op antwoorden?

 

QUIZMASTER       Dat is niet het goede antwoord.

 

WATSON                 Een vrouw, een laborante, ontdekker van het DNA?

 

QUIZMASTER       Dat is niet het goede antwoord.

 

WATSON                 Ik kende haar niet.

 

QUIZMASTER       Dat was het correcte antwoord.

 

WATSON                 Ik wist het! Wat heb ik gewonnen! Wat heb ik gewonnen!

 

Watson valt dood neer.

 

QUIZMASTER       Gefeliciteerd.

 

EIND