Terug naar… 24 juli 1896

Mensen die niet hun hoed afnemen als het volkslied wordt gespeeld: wie ergert zich er niet aan? Gelukkig heeft ene M.H.E. Bremer een ingezonden brief naar de krant gestuurd waarin hij dit oneerbiedige gedrag aan de kaak stelt:

Beleefd verzoek ik u, onderstaanden regelen een plaatsje te gunnen in uw veelgelezen blad. Voor eene korte wijle geleden, had ik op een Vrijdagavond het genoegen de schoone muziek te mogen genieten, die in het Vondelpark ten gehoore werd gebracht door het muziekkorps van het 7e regiment infanterie, maar het meeste genoot ik, toen na het spelen, van het “Wien Neêrlandsch bloed” [het officiële Nederlandse volkslied van 1817 tot en met 1932], de toehoorenden zoo vol enthousiasme waren, dat de heer Zaagmans het “Wilhelmus van Naspouwen” liet spelen.

Werkelijk, mijn vaderlandsch hart klopte sneller bij het zien van zulk een geestdrift onder het spelen der volksliederen. En toch… voldaan was ik niet, neen, want ik ergerde mij toch te gelijker tijd over die menschen en wel daarom, omdat niemand werkelijk “eerbied” toonde te bezitten. Eenige vrienden met mij, die ten teeken van eerbied, onze hoeden afnamen onder het spelen dier volksliederen stonden werkelijk te kijken, toen niemand der toehoorenden insgelijks deed; en toch, na het spelen der volksliederen, een geestdrift, die werkelijk eerbied afdwong. Ik voor mij meen te mogen zeggen, dat het Nederlandsche volk wel vooruitgaat in vaderlandsliefde, maar nog niet in het toonen van eerbied en m. i. zijn dit twee zaken, die onafscheidelijk zijn; dat men het laatste nalaat is, dunkt mij, alleen daarvan het gevolg, dat men niet beter weet.

Rechtgezinde Nederlanders, trouwe aanhangers van het Oranjehuis, denkt eens na over mijne woorden en gij zult tot de conclusie komen dat het een goed vaderlander eere aandoet, wanneer hij onder het spelen der volksliederen zijnen eerbied toont.

Bron

  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • PDF