Terug naar… 8 juli 1896

De Chinese grootkanselier, Li Hongzhang, maakt een rondreis door Europa waarbij hij ook ons land aandoet. Het is niet onverstandig van Hongzhang om de banden aan te halen met de westerse mogendheden; China staat er namelijk niet al te best voor en kan wel wat internationale steun gebruiken. Het jaar daarvoor heeft China de oorlog met Japan verloren en als gevolg moet het land een enorm bedrag aan herstelbetalingen overmaken aan de overwinnaar. Daarnaast moest China Taiwan afstaan aan de Japanners. Kortom, de Chinezen zijn enorm vernederd.

Hongzhang overnacht in Hotel Des Indes in Den Haag en is zondag ontvangen door de koninginnen. Gisteren heeft hij met de trein een dagtochtje gemaakt naar Amsterdam. De 74-jarige grootkanselier heeft na een rondvaart over het IJ de marinewerf, de Koninklijke Fabriek van Stoomwerktuigen en Spoorwegmateriaal, en de diamantslijperij der firma Daniels bezocht. De verslaggever van de krant viel het volgende op:

Als [Hongzhang] rookte, hield hij de pijp niet vast, doch een zijner dienaren stak hem die dan in den mond en dan deed de gezant daaraan eenige halen. Een andere dienaar volgde zijn meester den ganschen ochtend met een mandje, waarin een pot met thee voor hem warm werd gehouden.

Daarna werd de grootkanselier naar het Amstel Hotel gebracht. Eenmaal in de gang van het hotel, “verspreidden plotseling 250 electrische gloeilampjes, welke aan het plafond waren aangebracht en omslingerd waren door een guirlande van prachtige bloemen, haar tooverachtig zacht licht.” Na een receptie kreeg Hongzhang namens de Amsterdamse handel een lunch aangeboden in de eetzaal (die “schitterde van het prachtige zilverwerk en kristal”). Het menu:

Hors d’Oeuvre Riche.

Consommé Fumet de Truffes.

Vénitienne de Sales à la Montebello.

Filets Fondants Maison Dorée.

Bastions de Volaille Brillat-Savarin.

Jardinière de Primeurs en Suprème.

Cimier de Chevreuil à la Crême Royale.

Buissons de Langoustes Flanquées d’Homards et d’Ecrevisses.

Coeurs de laitues.

Timbales de Biscuits de Reims aux Fruits confits.

Bombe Merveilleuse à l’Orientale.

Berceaux de Fruita. Pièces Montées.

Palais Chinois.

Temples Indiens.

Piramides Egyptiennes.

Tijdens deze bescheiden lunch heeft de ondernemer August Hendrichs een toespraak gehouden. Het was een schaamteloos reclamepraatje. Hier een klein fragment:

De ingenieurs van ons land hebben spoorwegen in Amerika, Afrika en Azië gebouwd; zij hebben kanalen gegraven en meeren droog gemaakt; zij hebben rivieren genormaliseerd en de beddingen der stroomen verbeterd; zij hebben zich altijd onderscheiden door hun intellect en door hun arbeid. Naast deze ingenieurs bezit Holland […] een groot aantal machtige en bekwame aannemers voor waterwerken, die er niet tegen opzien hun verblijf te houden, waar belangrijke werken hen roepen en indien te eeniger tijd China hun dienst inriep, zouden zij er zich heen, begeven met ingenieurs, die de roem van ons land zijn en te zamen zouden zij bewijzen dat Holland het land is der meesters in waterbouwkundewerken. In Holland worden vervaardigd machtige machines in deze werken, welke voor alle deelen de werken worden geleverd.

Verder heeft de krant tijdens de terugreis naar Den Haag geleerd wat de Chinezen van ons land vinden:

De Chineezen zijn een en al bewondering over de lieftalligheid en schoonheid van onze jeugdige Koningin. Photographieën van H.M. beschouwen zij met blijkbaar genoegen en de minder fraaie koppen op de munten ontlokken hun den uitroep: “Een schoone vrouw!” Trouwens, de Europeesche dames vallen zeer in den smaak van de Chineezen; zij zeggen hardop — ten minste zoolang ze in Europa zijn — dat de vrouwen hier veel mooier zijn dan in China.

Li zelf is bijzonder ingenomen met Nederland en zijn ontvangst hier; hij beeft zijn tevredenheid geuit in een gedicht, waarmede bij nog meer is ingenomen dan met de ontvangst. Li roemde de vruchtbaarheid van Nederland, maar sprak het vermoeden uit, dat men hem alleen geleid zou hebben door de vruchtbaarste deelen. Het heeft een der heeren van zijn gevolg, die reeds meer in Nederland was geweest, wat moeite gekost om hem te overtuigen van het feit, dat geheel Nederland even vruchtbaar is als het deel, dat hij heeft doorreisd. De rustige, kalme aard van ons volk heeft den onderkoning getroffen; het was hem een verademing na de drukke dagen in Duitschland hier eenige kalmte te vinden. Maar onze grachten, in het bijzonder de Haagsche, lijken hem niet; hij heeft onomwonden zijn afkeer te kennen gegeven van den geur, welke daaruit opstijgt.

Bron

  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • PDF