Terug naar… 4 juli 1896

In 1896 mag elke plaats in Nederland zelf bepalen hoe laat het is. Ons land is daardoor opgedeeld in talloze tijdzones. Amsterdam gebruikt bijvoorbeeld de Amsterdamse tijd (Midden-Europese tijd min 40 minuten) en Groningen gebruikt de Groningse tijd (Midden-Europese tijd min 33 minuten). Als het dus in Amsterdam 13:00 is, dan is het in Groningen 13:07. (Groningse tijd loopt voor op Amsterdamse tijd omdat Groningen oostelijker ligt en de zon daar dus eerder opkomt.) Omdat bij het maken van een dienstregeling al die verschillende tijdzones voor verwarring kunnen zorgen, gebruiken de spoorwegmaatschappijen de Greenwich-tijd (Midden-Europese tijd min 60 minuten).

De Nederlandse regering wil een eind maken aan deze warboel en stelt daarom voor om een wettelijke tijd in te voeren (de “tijdregeling”). Als dit voorstel wordt aangenomen, gaan alle klokken in ons land de Midden-Europese tijd aanwijzen. Dit is overzichtelijker en het zorgt er bovendien voor dat de Nederlandse spoordienstregeling beter aansluit op de Duitse (onze oosterburen gebruiken namelijk al de Midden-Europese tijd).

Om de overgang naar deze nieuwe tijd makkelijker te maken voor haar burgers, stelt de regering voor om instellingen als scholen en postkantoren een half uur later te openen en te sluiten. Als een school in Amsterdam nu om 9:00 opengaat (9:40 in Midden-Europese tijd) en straks om 9:30, dan hoeven mensen maar tien minuten eerder hun bed uit te komen.

Het Handelsblad van vandaag bevat een stuk van iemand – overgenomen uit De Haagsche Courant – die groot voorstander is van het invoeren van de Midden-Europese tijd:

“Wat als practisch argument wel ‘t sterkst vóór den Midden-Europeeschen tijd pleit, is het verschijnsel, dat deze niet alleen in Duitschland zonder bezwaar is aangenomen, – dáár, zou men nog kunnen beweren, is het volk aan “massregeln” en blinde gehoorzaamheid aan zijne overheden gewoon – maar ook in het vrije Zwitserland zonder uitzondering overal is toegepast en…. zonder eenig het minste bezwaar werkt, zonder dat iemand er daar te lande meer aan denkt, dat men daar vroeger een Bazeler tijd had, zooals wij een Amsterdamsche, en zonder dat iemand ‘t in de gedachte krijgt, er een eigen klokregeling op na te houden. En dit ofschoon Zwitserland ten opzichte van den Midden-Europeeschen meridiaan juist even ongunstig gelegen is als Nederland.

“Zou dan ten onzent onmogelijk zijn, wat in die republiek, of liever in dien statenbond, wèl kan, waar toch nog heel wat meer reden zou bestaan dan in ons lard om zich aan den waren tijd te houden, omdat daar in menige streek de zon vrijwel het eenige is van de buitenwereld, waarmee de bevolking in aanraking komt?

Laten wij dan toch eens afstappen van onze vaderlandsche hebbelijkheid om in alles een eigenzinnig stukje wereld op zichzelf te wilen blijven. Meer dan een halve eeuw hebben we ons vastgeklemd aan onze Amsterdamsche ponden, Rijnlandsche duimen, kannen, koppen en maatjes; slechts met moeite scheiden we, nu nog, van de al lang verdwenen vier duiten, schellingen en daalders; en nu zouden we hetzelfde weer gaan vertoonen met de uren en minuten, vasthoudende aan onze particularistische klokken […]

“Laten we ons toch niet belachelijk maken tegenover het buitenland, dat al ruim genoeg lacht om onze eigenaardigheden en ons toch al beschouwt als een landje, dat, zich afzonderende van de beschaving, in vele opzichten iets aparts is en een antiquiteit met voorvaderlijke gewoonten en gebruiken.

“Want ware er niets voor te zeggen, men zou er overheenstappen. Maar het tegendeel is waar: de Midden-Europeesche klokketijd zou voordeelig zijn voor Nederland en de Nederlanders.”

(De tijdregeling zou trouwens niet aangenomen worden. Pas tijdens de Duitse bezetting werd de Midden-Europese tijd ingevoerd in Nederland.)

Bron

  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • PDF