Terug naar… 17 november 1896

A. de Bruyn reageert via een ingezonden brief op het nieuws dat men in Rotterdam het wegverkeer rechts wil laten houden. De Bruyn is hier niet enthousiast over en komt met een alternatief:

Als rijtuigen en menschen gezamenlijk op drukke wegen, niet alleen in Rotterdam, maar ook hier — denk eens aan de Leidsche- en Utrechtsche straten met asphalt bevloerd — “rechts houden” — dan zijn voor degenen die haast hebben de trottoirs dikwijls te smal. En hoe vaak gebeurt het dan niet, dat men gevaar loopt door een achteraankomend rijtuig te worden aan- of overreden en niet alleen door rijtuigen met paarden bespannen, maar ook door karren, soms te zwaar beladen, door mannen voortgeduwd en dan van hooge bruggen af, zoodat zij onmogelijk tijdig kunnen stoppen. 

Er moest dus eene vaste politieverordening overal vastgesteld en zichtbaar zijn. Alle voertuigen, daaronder ook velocipèdes, houden rechts, voetgangers links, dan kon steeds elk, behalve natuurlijk blinden, de rijtuigen en karren zien aankomen, en zich steeds bijtijds uit de voeten maken om niet aangereden te worden. 

Bron

Terug naar… 14 november 1896

In Den Haag vond gisteravond een vergadering plaats van het “comité tot oprichting van een afdeeling ‘s-Gravenhage van den Nationalen Zuiderzee Bond”. Deze Bond heeft zich als doel gesteld om de Zuiderzee droog te leggen en een nieuwe provincie te creëren. Herman Schaepman mag tijdens de vergadering een praatje houden.

De heer [Schaepman] wenschte geen technisch betoog over de totstandkoming van de zaak te leveren, daar hij zich daartoe noch waterbouwkundige, noch financier voldoende oordeelde en van hygiëne ternauwernood genoeg wist om zich zelven te kunnen staande houden. 

Nee, in plaats daarvan ziet Schaepman de drooglegging van de Zuiderzee als een patriottistische daad die uiteindelijk door de overheid uitgevoerd moet worden:

Niet langer moet angstvallig gewikt en gewogen worden, doch overgegaan tot de scheppende daad, het kloeke, machtige en krachtige begin. De droogmaking der Zuiderzee mag niet langer blijven een patientiespel of een puzzle voor het Nederlandsche volk. Om dit nader toe te lichten, gaf spreker een schets van het groote volksbelang, dat bij de verwezenlijking van het plan betrokken is. Spreker onderschrijft het gevoelen der staatscommissie, dat deze arbeid is een staatsarbeid, op den voet in haar verslag vermeld[.] Voorstander als hij is van alle individueele kracht, wist spr. toch door de ervaring en door de geschiedenis te goed dat zekere dingen alleen kunnen ondernomen worden door de centrale macht. Maar wanneer nu het scheppen eener nieuwe provincie (dat immers de quintessence van de droogmaking is) wordt overgelaten aan eene vereeniging van bijzondere krachten, vreesde hij hiervan het ontstaan van een macht van niet geringe beteekenis in en tegenover den Staat. Van zulk een macht toonde spreker zich geen voorstander, want het oppergezag van den staat wordt daardoor bedreigd, en het bestaan van het geheele werk afhankelijk gemaakt van het bestaan van een vereeniging die nimmer de onvergankelijkh[ei]d van den staat kan bezitten. Hij wenschte dus den arbeid door den staat te zien aangevangen en door de overheid voortgezet. Daardoor zal een degelijke arbeid worden verkregen, die aan alle individuen van den staat tot zegen zal strekken.

Ten slotte zette dr. Schaepman nog uiteen dat voor hem het groote en machtige nationaal belang aan een krachtigen volksarbeid verbonden is, niet van een arbeid van het individu, maar een van het algemeen, daar toch de levenskracht van een volk ligt in zijn arbeid, in zijn geestesinspanning. En die droogmaking van de Zuiderzee symboliseert den volksarbeid dien spreker zich voorstelt. 

Bron

Terug naar… 13 november 1896


Aan het begin van dit jaar besloot de burgemeester van Rotterdam dat het verkeer op de Willemsbrug rechts moet houden (in 1896 is dit geen algemene verkeersregel). Deze maatregel moet ervoor zorgen dat de enorme drukte op de brug niet leidt tot chaotische situaties.

Eenige politie-agenten aan weerskanten van de brug geplaatst, zorgden dat aan het bevel van hun chef gevolg werd gegeven. De bevoegdheid daartoe meende de burgemeester te kunnen ontleenen aan de slotbepaling van art. 19 der verordening op de straatpolitie, luidende: “Op een brug of in de toegangen daarvan is ieder verplicht zich te gedragen naar de aanwijzingen in het belang der orde of veiligheid, door den brugwachter of eenigen anderen beambte of ambtenaar van politie gegeven”. 

Een rechter heeft echter bepaald dat de burgemeester artikel 19 ten onrechte heeft gebruikt voor deze maatregel. Bij de gemeenteraad wordt daarom nu “het voorstel ingediend om zoowel op de Koninginnebrug als op de Willemsbrug het rechts houden bij politieverordening verplichtend te stellen.” De plaatselijke bewoners zijn niet opgetogen over het feit dat de overheid hun bewegingsvrijheid wil beknotten: 

In de zitting waarin dit voorstel zou worden behandeld, kwam een adres in van een aantal inwoners van Feijenoord, waarin zij verzochten om in het belang der veiligheid, hun de vrijheid te laten op de brug te gaan waar zij wenschten en in verband daarmede stelde een der leden voor het bedoelde voorstel aan te houden.

De burgemeester vindt het geen goed idee om het voorstel af te schieten. Want…

Dan blijft het verkeer op de Willemsbrug beheerscht door de bepaling der verordening op de straatpolitie; dan berust dus de beslissing omtrent hetgeen in ieder geval voor de orde of veiligheid ook op deze lange brug gevorderd wordt bij inferieure dienaren der politie en dat kan slechts leiden tot een bron van conflicten tusschen de subalterne agenten en het publiek. Dan is maar beter een vaste, misschien voor enkelen lastige, algemeene regel, die toch te eniger tijd komen moet.

Bron

Terug naar… 11 november 1896

Een aantal kamerleden maakt zich zorgen over het Nederlandse taalonderwijs. Er zijn namelijk onderwijzers die…

aan hunne leerlingen niet de gebruikelijke spelling […] onderwijzen, maar die, waaraan zij zelven de voorkeur geven. In het belang van eene eenvormige en zuivere spelling van de Nederlandsche taal achtten deze leden het den plicht der Regeering, aan het onderwijzend personeel op gepaste wijze in te scherpen, dat bij het onderwijs de gebruikelijke spelling, zooals die is aangegeven door de drs. De Vries en Te Winkel, behoort te worden gevolgd

De krant vraagt zich af of onderwijzers niet het recht hebben om hun eigen spellingsvariant te gebruiken. Bovendien is het probleem niet zo groot: “Er zullen in Nederland zeker niet vele scholen gevonden worden, waar een andere spelling dan die van De Vries en Te Winkel wordt onderwezen.” Daarnaast is het normaal dat spellingsregels bij tijd en wijle veranderen (en het is niet de taak van de regering om dit proces tegen te houden). Zo voorspelt de krant het volgende:

De zoogen. Kollewijn-spelling [een spellingsvariant die ontwikkeld is door de taalkundige Roeland Kollewijn], waartegen de opmerking der Kamerleden vermoedelijk gericht is, heeft tot dusver nog niet veel aanhangers, althans in de praktijk. De mogelijkheid is echter niet uitgesloten dat zij – al dan niet gewijzigd – allengs veld wint en mettertijd de “gebruikelijke” wordt. De Regeering mag hierbij geen partij kiezen, maar behoort de beslissing aan de natie te laten.

(Een correcte voorspelling overigens. Een groot aantal van Kollewijns voorstellen zijn uiteindelijk standaardtaal geworden. Hij opperde bijvoorbeeld dat woorden als menschen en photographie geschreven moesten worden als mensen en fotografie.)

Elize van Calcar heeft zondag in Den Haag tijdens een “psychologische” lezing voorspellingen gedaan die wat esoterischer zijn:

En nog veel meer zal door de wetenschap worden bevestigd; ook dat de menschen leven in gekleurde wolken, zooals clairvoyantes [helderzienden] die om iemand heen zien, wolken gevormd door kleine, symbolische figuurtjes, waarvan een Parijsch onderz[o]eker al het een en ander heeft gephotographeerd. Deze heeft ontdekt, dat de emanaties van lichtafhankelijk zijn van iemands gemoedstoestand. Een kind, dat zijn lievelingsvogeltje dood gevonden had, was omringd door neervallende veertjes; een blij kindje door opgaande blaadjes. Toorn veroorzaakt emanaties in den vorm van bliksems; een driftig mensch is omringd door roode stralen. In een vergadering als deze ging een lichtblauw waas op van vederen en palmbladeren. Een springende fontein komt uit iemand, die bidt.

Menschen met vaste systemen en uitgeknipte theorieën leven in een wolk van geometrische figuurtjes; reine liefde is rozerood; passie is bloedrood en terwijl de reine liefde bloemknopjes verwekt, doet passie iemand haakjes uitstralen, alsof zijn begeerte een prooi wilde grijpen. Jaloezie is groen; edelmoedigheid geeft blauwe sterren in goud licht….. Spreekster had eens erg kwade buren. In het huis naast haar werden vrouwen geranseld, werd gevloekt enz. Welnu, op haar séances drong er vaak zulk hevig rood licht door den muur aan den kant der booze menschen, dat het den aanwezigen hinderlijk werd en mevrouw Van Calcar moest verhuizen.

Bron

Terug naar… 6 november 1896

Maandagavond vond er in Amsterdam een bijeenkomst plaats “ter ontwikkeling van denkbeelden tot bestrijding van onzedelijkheid.” Een zaak die volgens de krant de aandacht verdient “van alle volwassen mannen en vrouwen van ervaring.” Dit soort bijeenkomsten zijn echter niet geschikt voor…

jonge meisjes en nog minder van meisjes van veertien en vijftien jaar, die nog tot de kinderen moeten worden gerekend. Voor haar kan het vernemen van het lage, ja van het allerlaagste en walglijkste dat in de achterhoeken onzer stad wordt bedreven, niet anders dan bezoedelend werken. Stuitend en ergerlijk kwam het daarom onzen redacteur-verslaggever voor op de eerste stoelenrijen tal van jonge meisjes te zien, waarvan velen nog kinderen waren, luisterend naar allerlei mededeelingen over de schandelijkste daden van ontucht en verlaging.

Dochters (zonen worden blijkbaar minder corrumpeerbaar geacht) en jonge kinderen moeten daarom voortaan thuisgelaten worden, vindt de krant:

Want het kinderlijk gemoed is niet bestand tegen kennismaking met toestanden waarin zooveel ouderen bezwijken en oudere meisjes verliezen zonder noodzakelijkheid zekere reinheid van verbeelding die haar levenskracht is in de jeugd.

Onverantwoordelijk in den strengsten zin achten wij dan ook de handelwijze der ouders die Maandagavond hun dochters naar de bijeenkomst lieten gaan terwijl ze haar thuis toch waarschijnlijk geen Zola en ergers in handen geven.

[…]

Weten die vrouwenvereenigingen, die de ontucht bestrijden, niet dat er ook eene ontucht van geest en verbeelding bestaat?

En dat het zeer misdadig is den geest van kinderen te bezoedelen met wat daarin vuil en walglijk is?

Bron