Terug naar… 17 september 1896

In de krant wordt vandaag uitgebreid aandacht besteed aan de nieuwste trends in damesmode:

De hoeden worden iets kleiner en iets minder gegarneerd; gekrulde veeren, aigretten [hoofddeksels van veren], metaalversieringen en valsche edelsteenen zullen veel voorkomen. De nieuwste garneering bestaat uit kleine struisveeren, die naast elkander gelegd, veel op rupsen lijken. Voor japonnen worden voornamelijk effen wollen stoffen gedragen, die natuurlijk veel garneering noodig hebben. Linten, borduurwerk met paarlen, lovertjes en alles wat maar glinstert, worden op tusschenzetsels van zijden mousseline aangebracht, of bij zeer rijke costumes op tusschenzetsels van goudstof. Over zijden stoffen wordt geborduurde tulle gedragen, en tusschen de kanten voegt men veelkleurige taf. Over het algemeen worden allerlei stoffen, garneersels en sieraden door elkander gedragen, waarbij de modisten natuurlijk haar kunst moeten toonen, door een harmonieus geheel te leveren.

Een bevallige vrouw moet in 1896 in ieder geval beschikken over een slanke taille. Daarom dragen veel dames een korset waarmee ze hun middel door inrijgen of insnoeren smaller maken. Sommigen gaan hierin vrij ver. De Franse zangeres en actrice Polaire (artiestennaam van Émilie Marie Bouchaud) staat bijvoorbeeld bekend om haar wespentaille van maar liefst 14 (!) centimeter. (Hierbij moet aangetekend worden dat in de praktijk de meeste vrouwen comfort verkozen boven een pijnlijk schoonheidsideaal en hun korsetten niet extreem strak aantrokken.) Maar hoelang blijft het korset nog populair? De krant heeft namelijk vernomen dat in Engeland steeds meer vrouwen hun korset aan de wilgen hangen. Uit een analyse van een kleermaker uit Londen blijkt dat de gemiddelde omvang van damestailles hierdoor toeneemt:

Zelfs dames die min of meer geneigd zijn tot zwaarlijvigheid, rijgen zich niet meer in. De vakman verhaalt, hoe er onlangs bij hem een dame zich de maat liet nemen voor een ochtendjapon; toen de japon gepast werd, bleek, dat de dame in die weinige dagen twee Engelsche duimen dikker van middel was geworden, zoodat men de japon moest verwijden.

Medici zijn ongetwijfeld blij met deze ontwikkeling: zij beweren al jaren dat het dragen van een korset ervoor kan zorgen dat organen in de verdrukking komen. Volgens de krant is de mogelijke teloorgang van het korset echter niet aan deze waarschuwingen te danken. Nee, het heeft allemaal te maken met het feit dat meer vrouwen zijn gaan fietsen – een activiteit die knap lastig is met een korset: “Wat de doctoren met al hun klachten over het nadeel van nauwe corsetten niet hebben kunnen gedaan krijgen, schijnt het alvermogende rijwiel alweer te zullen bewerken.”

Bron

Terug naar… 16 september 1896

Gisteren was het Prinsjesdag. In Den Haag heeft koningin-regentes Emma de troonrede voorgedragen in de vergaderzaal van de Tweede Kamer (pas vanaf 1904 werd de Ridderzaal hiervoor gebruikt). Een beschrijving van de kleding van de regentes kan natuurlijk niet ontbreken in de krant:

De Regentes droeg een prachtig kleed met lange sleep van zwartgebloemde zijde, het lijf vestvormig van witte kant en een hoedje van lichte bloemen en linten. De hofdames die H. M. volgden waren de baronesse Van Hardenbroek, grootmeesteres, en gravin Van Lynden van Sandenburg, dame du palais. Zeer vriendelijk na alle kanten groetend schreed de Regentes naar den troon, nam plaats op den zetel en sprak zeer duidelijk de troonrede uit, waarvan de voorlezing slechts enkele minuten vorderde.

Dit was de troonrede:

Mijne Heeren!

Het is mij aangenaam de vertegenwoordigers van het Nederlandsche Volk wederom ter behartiging van ‘s lands belangen vergaderd te zien.

De toestand van land en volk geeft in menig opzicht aanleiding tot voldoening.

De betrekkingen tot de buitenlandsche mogendheden zijn van den meest vriendschappelijken aard.
Zee- en landmacht gaan voort zich zoowel hier te lande als in de overzeesche bezittingen op loffelijke wijze van haren plicht te kwijten.

Ik breng hulde aan de voortvarendheid en den moed van het Nederlandsche-Indische leger, dat met krachtigen bijstand van de zeemacht, de afvallige hoofden in Atjeh de macht onzer wapenen op gevoelige wijze doet ondervinden. Met weemoed herdenk ik de offers die daarvoor moesten worden gebracht.

De oogst heeft, over het algemeen, de goede verwachtingen, die daarvan gekoesterd werden, niet teleurgesteld. In de uitkomsten van het landbouwbedrijf kwam nog geene gunstige wending, doch overigens is in onderscheidene takken van handel en nijverheid vooruitgang merkbaar.

Ook in dit zittingjaar zal een inspannende arbeid van U worden gevorderd.

Verschillende belangrijke wetsontwerpen zijn reeds bij U in behandeling. Andere gewichtige voorstellen, waaronder die tot nadere regeling der gemeentefinanciën en tot verplichte verzekering van werklieden tegen de gevolgen van ongevallen, werden ingediend, of zullen U eerlang bereiken.

De economische toestand onzer bezittingen in Oost- en West-Indië kan over het geheel gunstig worden genoemd. Op Uwen ijver en Uwe toewijding tot volbrenging der veelomvattende taak die op U rust, blijf Ik bij voortduring staat maken.

Mogen uwe werkzaamheden onder God’s zegen strekken tot welzijn van ons dierbaar vaderland.

In naam der Koningin verklaar ik de gewone zitting der Staten-Generaal te zijn geopend.

Na deze korte toespraak vertrok de regentes met de staatsiekoets (niet de Gouden Koets – deze bestond nog niet) weer naar het koninklijk paleis. In haar afwezigheid had koningin Wilhelmina, die achtergebleven was in het paleis, vanuit een venster geluisterd naar enkele stukken van de Koninklijke Militaire Kapel.

Bron

Terug naar… 15 september 1896

Europa is ontsnapt aan een terroristische aanslag! In Rotterdam zijn twee terroristen opgepakt (“dynamietmannen”) die bommen (“helsche werktuigen”) in hun bezit hadden:

Uit Rotterdam seint men ons: Een hoogst belangwekkende arrestatie is hier gistermorgen door onze politie uitgevoerd op zoo kalme en geheimzinnige wijze, dat er zoo goed als geen haan naar gekraaid hoeft. De hand is nl. gelegd op een tweetal Engelsche dynamietmannen, leden van een wijdvertakt komplot blijkbaar. Daar er aanhoudingen in verschillende buitenlandsche steden het gevolg van zijn geweest. Op welke wijze onze hoofdcommissaris van hun aanwezigheid de lucht had gekregen, is niet bekend, genoeg zij het evenwel dat dat hij hen in het hotelletje, waar zij waren afgestapt, door den inspecteur J. H. van Beusekom met zes agenten van hun bed heeft doen lichten.

Voor zoover wij konden vernemen waren de twee vreemdelingen ingeschreven als Wallace en Haines reeds Vrijdagavond hier uit Antwerpen aangekomen met betrekkelijke weinig bagage doch zich voordoende als gentleman. Bij hun bagage behoorde een valiesje, dat behalve correspondentie ook helsche werktuigen bevatte, waaronder dikke koperen hulzen met een kraan in het midden.

De luitenant-kolonel Regenbogen en de kapitein Huart, beiden van de pyrotechnische inrichting te Delft hebben al die voorwerpen reeds onderzocht en geconstateerd, dat het helsche machines waren.

Het is vooralsnog onduidelijk tot wat voor groep de terroristen behoren en wat hun beoogde doelwit was.

Bron

Terug naar… 13 september 1896

Het theaterseizoen is weer begonnen en dat betekent dat Giovanni (een pseudoniem, vermoed ik), de theaterrecensent van het Handelsblad, weer aan de slag moet. Hij heeft er weinig zin in. De toneelwereld van 1896 is namelijk verre van vernieuwend:

Niet de minste nieuwsgierigheid naar wat het nieuwe seizoen brengen zal, eenvoudig omdat wij weten dat het, vooreerst ten minste, niets nieuws brengen kan. De gebeurtenissen worden door hare schaduwen voorafgegaan; als er werkelijk iets gebeuren moest in den komenden winter, zouden we het al wel geweten of gevoeld hebben.

En als ik niettegenstaande die bijna-zekerheid dat alles dit jaar wel weer bij het oude zal blijven, en niet bij het goede oude, maar meest bij het oude dat nieuw wil zijn en dus dubbel oud is, als ik toch weer begin mijn wekelijksche kroniekjes de wereld in te sturen, dan behoeft daarom niemand mij te beklagen en te zeggen dat dit een ongelukkig, onwaardig werkje is. Wat er gebeurt, al beduidt het maar heel weinig, moet verteld worden

Daarna filosofeert hij over het theater van de toekomst:

Als er een nieuwe tooneelkunst komen moet, dan zal die natuurlijk niet in eens volwassen geboren worden: dat zou een van de wonderen zijn, die de wereld daarom uit zijn, omdat zij er nooit in zijn geweest. Wie weet welke levenskiem er steekt in wat ons op het oogenblik pierdood lijkt? In ieder geval, aan het beste van tegenwoordig – het minst slechte, als men liever wil – zal het goede van de toekomst op de een of andere manier verbonden zijn: dat zal zijn nakomeling zijn in rechte lijn of met een min of meer regelmatig zijsprongetje. En als zoodanig zullen we het dus maar kalm beschouwen en bechroniqueuren.

In de recensie bespreekt hij o.a. het Franse melodrama De Twee Jongens, opgevoerd in de Stadsschouwburg door het Nederlandsch Tooneel. Melodrama’s zijn de laatste tijd weer erg populair. Volgens de recensent betekent dit niet dat de moderne realistische/symbolische stukken (zoals geschreven door Ibsen) “eenvoudige poginkjes geweest zijn, waarvan men ingezien heeft, dat zij toch niet slagen, uitwasjes, die vanzelf verdrogen.” Op basis van de recensie is het lastig om te achterhalen wat er in De Twee Jongens precies gebeurt. In ieder geval draait de plot om een gestolen portemonnee en een ontvoerd kind. Aan het eind moesten heel wat mensen “schreien,” weet de recensent te melden. De twee jongens, Fanfan en Claudinet, werden trouwens gespeeld door twee vrouwen: de dames Brondgeest-Bouwmeester en Holtrop-Van Gelder. Dat deden ze niet onaardig:

Ik beweer niet, dat men niet kan zien dat het geen jongens zijn, maar men slikt in zulk een stuk zooveel, dat men in dit opzicht zichzelf ook wel kan vertellen, dat men maar vergeten moet wie Fanfan en Claudinet voorstellen. […] We moeten ook wel probeeren niet te lachen bij zinnen als deze: “De onschuld heeft hen weer verbonden, die de schuld had gescheiden” en “De natuur is zoo armzalig ingericht, dat het moederhart niet eens weet of het den rechte liefheeft.” Veel gemakkelijker is het te gelooven, dat deze Fanfan een 15-jarige jongen is, dan dat alles en meer dergelijk moois voor goede munt aan te nemen.

De recensent concludeert lauwtjes dat De Twee Jongens een “handig in elkaar gezet melodrama” is en dat het naar “den eisch” gespeeld wordt.

Bron

Terug naar… 11 september 1896

De krant doet verslag van een opzienbarende diefstal… met aan het eind een aardige plotwending:

Door een vreemdeling, die kamers bewoont in de Planciusstraat, is heden bij de politie aangifte gedaan, in den afgeloopen nacht voor een aanzienlijk bedrag, van meer dan ƒ 100,000 aan effecten en kostbaarheden bestolen te zijn.

Bij een onderzoek door de politie deelde de bestolene o. a. mede, dat er des nachts vier personen in zijn kamer hadden weten binnen te dringen, die hem watten met chloroform gedrenkt op zijn aangezicht hadden gelegd, tengevolge waarvan hij geruimen tijd bedwelmd was gebleven.

Volgens zijn verhaal zouden de dieven alle kasten — ook de brandkast (!?) — met schroevendraaiers geopend hebben.

Onder de gestolen preciosa zou een diamanten ring zijn ter waarde van ƒ 16,000. Het lijstje waarop de nummers der effecten geschreven waren, was mede verdwenen, doch de polis van ƒ 32,000, waarvoor hij verzekerd was tegen inbraak, hadden de dieven verzuimd mede te nemen.

Bij navraag der politie bleek reeds dat de bestolene hedenochtend zijn ontbijt kalm en bedaard evenals altijd had genuttigd, en tegen de dienstmaagd, welke het ontbijt klaar zetten, met geen enkel woord van den diefstal gewaagd had en toen de politie het onderzoek voortzette moet zij de overtuiging gekregen hebben, dat het verhaal bitter weinig geloofwaardig is.

Bron