Terug naar… 30 augustus 1896

In Engeland hebben feministen onlangs een voetbalteam opgericht met alleen vrouwen: de British Ladies Football Club. In hun thuisland wordt er schande over gesproken: vrouwen horen niet te voetballen. In Nederland heerst een soortgelijk sentiment. De Nederlandsche Voetbalbond heeft namelijk haar leden verboden om wedstrijden te spelen tegen het Engelse damesteam (op straffe van diskwalificatie). Het blad De Huisvrouw vindt dit een juist besluist:

“Het voorbeeld van de Engelsche voetballende dames verdient geen navolging, zegt het blad. Hoe ingenomen wij ook zijn met lichaamsbeweging voor vrouwen en meisjes, het voetbal-spel achten wij zeer weinig geschikt voor haar. Een bal voort te schoppen en na te loopen is geen werk voor dames; het is ongracelijk, onvrouwelijk in hooge mate. Dat voetballen door dames is een middel om sport voor vrouwen in discrediet te brengen. 

“Zoo ook moeten wij onze afkeuring uitspreken over het deelnemen van vrouwen of meisjes aan rijwiel-wedstrijden. Dat vrouwen en meisjes wielrijden, men weet dat wij het hebben aangemoedigd; maar iets anders is wedstrijden houden. Dat is
nadeelig, in plaats van voordeelig voor de gezondheid, en het strookt ook zeer weinig met de vrouwelijke waardigheid.

Bron

Terug naar… 27 augustus 1896

De krant bevat een gezondheidsadvies over het eten van appels en peren:

Nu appelen en peren weer aan de markt zijn, is het wellicht goed opmerkzaam te maken op een bijzonderheid die bij beide vruchtsoorten gevonden wordt, waardoor bij lieden met niet al te sterke maag menige ongesteldheid is ontstaan. Aan de peren en appelen bemerkt men namelijk dikwijls ruwe zwarte plekken, waarop men bij ‘t verorberen der vruchten meestentijds geen acht geeft. Wetenschappelijke onderzoekingen hebben evenwel duidelijk aangetoond dat die plekken ontstaan door zwammen, die zeer nadeelig op de spijsvertering kunnen werken. Het is daarom aan te raden dergelijke vruchten geschild te gebruiken, wat voor hen die een zwakke maag hebben trouwens toch dringend aan te bevelen is, omdat de vruchtenschillen, vooral die van appelen, zeer moeielijk verteerbaar zijn.

Daarnaast een kort en komisch berichtje over een dienstbode die wel heel snel in de fout gaat:

Door een bewoner der Rapenburgerstraat is aangifte gedaan, dat een nieuwe dienstbode, die pas een uur in hare betrekking was, met de kleeden die zij zo[u] gaan uitkloppen, spoorloos is verdwenen.

Bron

Terug naar… 25 augustus 1896

Over het mishandelen van kinderen of Indonesiërs wordt in 1896 niet moeilijk gedaan… Het is daarom des te opmerkelijker dat justitie wel keihard ingrijpt als er een rat in de fik wordt gestoken:

Voor de rechtbank te Winschoten stonden dezer dagen terecht twee sjouwerlieden, waarvan de een berucht, de ander een ordelijk mensch mag worden genoemd. [D]e eerste had eene door hem gevangen rat levend met petroleum overgoten en, na het aldus bevochtigde dier met een lucifer te hebben aangestoken – bij welk een en ander de tweede door het bezorgen van petroleum behulpzaam was – aan den gevangene de vrijheid teruggeven, die, de openbare straat bereikende, in lichtelaaie een manufacturenmagazijn trachtte binnen te komen, wat gelukkig intijds werd verijdeld.

De eisch van het O. M. luidde voor den eerste 2 maand en voor den tweede 1 maand gev. straf (welke eisch met uitroeping van verbazing door het belangstellend publiek werd begroet.)

Eerstgenoemde, die, naar hij beweerde, wel twintigmaal een rat levend had verbrand, zeide, nooit te hebben gedacht, dat “zoo’n smerige rötte” zoo’n drukte zoude veroorzaken, en uitte brutaalweg den wensch, dat hij, die rapport van de zaak gemaakt had, door de ratten en muizen mocht worden opgegeten, waarop hij uit de rechtzaal werd verwijderd.

Bron

Terug naar… 21 augustus 1896

De_Wagner_ziekte_en_de_hedendaagsche_muz

De componist Richard Wagner is alomtegenwoordig in 1896. Der Meister – zoals hij door zijn soms ietwat rabiate fans wordt genoemd – is al 13 jaar dood, maar zijn bekendheid is onverminderd groot. Om uiteenlopende redenen verschijnt zijn naam bijna dagelijks in het Handelsblad: er wordt ergens een opera van hem opgevoerd, iemand deelt een anecdote over hem, er wordt verslag gedaan van een bijeenkomst van de Wagnervereniging, et cetera. Er is geen enkele andere componist die zo vaak genoemd wordt in de katernen van de krant.

Al die aandacht voor Wagner in de media en in de concertzalen heeft er voor gezorgd dat sommigen een enorme haat ontwikkeld hebben tegen der Meister (net zoals er tegenwoordig mensen zijn die een ontzettende hekel hebben aan Justin Bieber omdat ze zijn naam zo vaak tegenkomen op het internet). Een van die Wagner-haters is de organist J.A. Gullen. Hij heeft onlangs een boek gepubliceerd met de titel De Wagner-ziekte en de hedendaagsche muziekcrisis. Dit werkje wordt vandaag gerecenseerd in het Handelsblad. De recensent (“K.”) begint met het in herinnering brengen van de strijd tussen de progressieve Wagnerianen en de conservatieve classicisten. Deze laatstgenoemde groep vond Wagner veel te modern en verlangde terug naar muziek in de stijl van Mozart en Beethoven. Gullen is duidelijk een classicist. Volgens de recensent behoort hij daarom tot een uitstervend ras:

Er zijn dagen van strijd geweest, o. a. toen Wagner het muziekdrama herboren deed worden, maar die tijden zijn voorbij en Wagner heeft over gansch de linie de overwinning behaald. Maar evenals er in Frankrijk nog jarenlang ijzervreters zijn gevonden, die beweerden, dat Napoleon nog leefde en eenmaal terug zou keeren, zoo zijn er nu nog steeds musici, die overtuigd zijn, dat het Wagnerianisme een ziekte is en dat, als wij uitgeziekt zijn, de zonnige tijden van het classicisme weder zullen aanbreken.

De recensent is niet onder de indruk van Gullens ideeën:

De heer Gullen balt een vuist naar den vijand, doch bewijst niet zijn goed recht om toe te slaan. Het zijn de gewone versleten beweringen, waarmede hij komt aandragen: Wagner’s orkest is te sterk, zijn muziek is onmelodieus, zijn karakters te scherp gekleurd, zijn taal bombast, Wagner zelf een excentriek, die met alle geweld naam wilde maken door het schrijven van “opera’s” enz. Er valt eigenlijk niet te strijden tegen dergelijke meeningen. Al werd ik huisvriend van den heer Gullen en praatte als Brugman, dan zou ik hem toch niet kunnen bekeeren. Hij heeft zich blind getuurd op Haydn’s pruikstaartje, zoodat hij voor het moderne licht onvatbaar blijft. Maar of hij vele Wagnerianen rechtsomkeert zal doen maken, betwijfel ik evenzeer.

Gullen is overigens niet de enige die Wagner associeert met ziekte. Het luisteren naar Wagners muziek wordt door deskundigen in verband gebracht met depressies, waanzin, onvruchtbaarheid en ongezonde seksuele verlangens.  “Wagners Kunst ist krank,” schreef Friedrich Nietzsche (een voormalige vriend en bewonderaar van Wagner) al in 1888. En in 1891 beweerde de Nederlandse psychiater Jacob van Deventer

dat een groot aantal zenuwlijders hartstochtelijke liefhebbers zijn van de Wagneriaansche muziek. Voor dezen vindt de zinnelijkheid en de hopeloosheid, twee kenmerkende verschijnselen van onzen tijd, haar weerklank in deze muziek met haar groot uitdrukkingsvermogen en haar krachtigen invloed op de stemming. Op anderen werkt het, evenals zoovele andere middelen aan het einde van den veelbewogen en inspannenden dag, als een prikkel, doet, dank haar bedriegelijken schijn, het lichaam tijdelijk herleven, geeft het leven en den dood.

Juist omdat onder haar invloed, de onaangename gewaarwordingen tijdelijk op den achtergrond treden of verdwijnen, om met zooveel te grooter intensiteit terug te keeren, is dit middel zoo gevaarlijk te achten.

Bron

Terug naar… 18 augustus 1896

In Kopenhagen vinden de Wereldkampioenschappen baanwielrennen plaats. Bij de wedstrijden is er een onderverdeling gemaakt tussen professionals en amateurs. Vooral de Engelsen vinden dat dit onderscheid strikt gehandhaafd moet worden. (Amateurs zijn doorgaans gefortuneerde heren die het zich kunnen veroorloven om te sporten zonder er geld mee te verdienen. Professionals komen daarentegen vaak uit eenvoudiger milieus; zij hebben het prijzengeld nodig om rond te komen. In de klassenmaatschappij die de Engelsen voorstaan kan het natuurlijk niet zo zijn dat een gentleman samen moet sporten met een volksjongen.) Zo maken ze onder andere bezwaar tegen de deelname van Wilhelm Henie aan de amateurwedstrijden. Hij heeft namelijk wel eens geld aangenomen na het winnen van een wedstrijd:

De denkbeelden der Engelschen omtrent amateurisme en professionalisme verschillen zoo hemelsbreed met de onze, dat aan overeenstemming niet te denken valt en altijd òf dezen òf genen ontevreden zullen blijven. Het publiek was vandaag in ‘t algemeen lang niet tevreden met des heeren Netscher’s [Frans Netscher, een Nederlander, is voorzitter van het baancomité] uitspraken en werd reeds onaangenaam gestemd toen het vanmiddag op de baan komend eenige resultaten vernam van het hedenmorgen geopende congres. De Engelschen hadden daar namelijk tegen de deelneming van verschillende rijders in de amateursnommers geprotesteerd. De resultaten waren aldus: Henie is uitgesloten van de deelneming aan de 100 KM. voor amateurs, waarmede hij als beroepsrijder is gequalificeerd (de beslissing werd genomen met eene meerderheid van 2 stemmen, terwijl Zweden zich onthield en Noorwegen afwezig was)

Bij het kampioenschap over 1 Engelse mijl (1,6 km) voor amateurs gaat het er hard aan toe:

De Deen [Ingeman Peterson] nam dadelijk de leiding en bleef vóór tot de voorlaatste ronde toen de Rus [Diakof] hem trachtte te passeeren, waarin hij echter niet slaagde, waarna I.-P. en Guillaumet van hem wegliepen. In den sp[u]rt waren deze twee wiel aan wiel, maar de Deen kwam langzamerhand voor en toen hij ongeveer een wielbreedte had gewonnen op zijn mededinger, zag men plotseling dat de Franschman [Guillaumet] hem een duw gaf, waardoor I.-P. wat uit zijn koers raakte, maar toch het eerst over de eindstreep reed. Guillaumet protesteerde echter omdat I.-P. hem gecoupeerd had weshalve hij hem had willen wegduwen en de heer Netscher disqualificeerde den Deen tot groote ontevredenheid van het publiek. De tijd was 2 min. 40⅖ sec.

Er wordt niet alleen geduwd, maar ook gestompt:

De final werd dus gereden door Guillaumet, Reynolds en Schrader. Eerst was het weer bijna stilstaan; toen zette Reynolds er plotseling vaart in en de anderen hem achterna. Schrader begon juist in te loopen toen Guillaumet hem een stomp met de vuist gaf, zoodat hij uit den koers [reed] en moest ophouden. Reynolds won (natuurlijk in een belachelijk langen tijd), maar Guillaumet werd gedisqualificeerd, zoodat Schrader nᵒ. 2 werd.

Het publiek was hoogst opgewonden over het unfaire optreden van den Franschman en wilde dat hij en Leclercq van alle volgende wedstrijden zouden worden uitgesloten waarvoor de heer Netscher echter geen ooren had.

Bron