Terug naar… 12 juni 1896

Meer over de beruchte Amsterdamse rijwielverordening. Onderdeel van die verordening is dat alle fietsen in de stad vanaf september een nummer moeten hebben zodat er makkelijker bekeuringen gegeven kunnen worden. De Algemene Nederlandsche Wielrijdersbond (A.N.W.B.) is hier niet content mee. Wat als bijvoorbeeld iemand door Amsterdam wil fietsen?

Een wielrijder b. v. die van Haarlem naar Bussum of Hilversum rijdt, zal of van de gasfabriek aan den Haarlemmerweg tot bij den Omval (ca. vijf kwartier) moeten wandelen, of te voet een of ander politiebureau moeten opzoeken om zich daar van een nummer te voorzien. Wanneer Amsterdams voorbeeld in dit opzicht navolging vindt, zal spoedig het maken van toeren van eenigen omvang zeer bezwaarlijk worden.

Ook het innemen en verbeurd verklaren van fietsen na een overtreding vindt de Bond onacceptabel, hoewel de burgemeester heeft aangegeven dat deze straf alleen bij zeer ernstige gevallen zal worden uitgevoerd. Desalniettemin is het erg onhandig om opeens zonder fiets te zitten. (Overigens is er ook nieuws over de twee fietsen die twee dagen geleden in beslag waren genomen door de politie: een daarvan is inmiddels alweer teruggegeven aan de eigenaar.)

Bron

Terug naar… 11 juni 1896

Een particuliere correspondent uit Londen vertelt dat hij onlangs als gast aanwezig was bij een discussiebijeenkomst van een stel advocaten. Eén van hen klaagde over de toenemende zedeloosheid van de maatschappij:

…er gaat geen dag voorbij of de rechters moeten zich bezighouden met vrouwenschenders, met onderzoek naar het vaderschap (een onderzoek dat hier geoorloofd is), met ouders die voor de verdwijning hunner minderjarige dochters klagen, met netelige, en onsmakelijke huwelijksquaesties en soortgelijke dingen

De correspondent is het hartgrondig eens met deze advocaat en denkt te weten wat de oorzaak is van al deze ellende: zogenaamde “sexueele romans”. Dit zijn “boeken die oproer preêken in verleidelijken vorm, die beuken tegen de heiligste banden der maatschappij, die onkruidzaaien onder voorwendsel van emancipatie en vooruitgang”. Hij noemt drie voorbeelden van zulke boeken: Gallia van Ménie Muriel Dowie (over een vrouw die graag over seks praat), The Woman Who Did van Grant Allen (over een ongehuwde moeder) en The New Virtue van Aimée Daniell Beringer (waarin geageerd wordt tegen het feit dat jonge vrouwen onwetend worden gehouden over seks). De correspondent vermoedt dat dit soort publicaties

…indirect in [een] impressionabele en zwakke natuur iets zaaien, wat hun aan het wankelen brengt, wat hun aan dingen doet denken, die hun liever vreemd moesten blijven, wat hun rust verstoort en hun prikkelt te haken naar het ongewone en avontuurlijke.

In een ander bericht in dezelfde editie wordt een vrouw beschreven die gezien haar hysterische gedrag en afhankelijkheid van de man waarschijnlijk wél voldoet aan het ideaalbeeld van bovenstaande correspondent:

Een jonge deerne, die gisteravond aan het Staatsspoorstation te ’s-Gravenhage met haar familie haar beminde, een koloniaal militair, die voor zijn overtocht naar de Oost de stad verliet, tot aan den trein vergezelde, was bij het afscheidnemen zoo bedroefd en zenuwachtig, dat zij bij het wegrijden van den trein het portierraam stuk sloeg, om haar geliefde nog eens de hand te kunnen reiken. Het meisje verwondde zich ernstig aan de pols en werd, al gillende, naar de wachtkamer gebracht, waar men haar wist te kalmeeren.

Bron

Terug naar… 10 juni 1896

Een historisch moment! Voor de allereerste keer in de geschiedenis van Amsterdam krijgen fietsers een bekeuring:

Het rapport van de politie brengt ons vandaag bericht van de eerste drie bekeuringen wegens overtreding der rijwielverordening. Het eerste geval is dat van een knaap, die gisteravond op het Koningsplein zonder lantaarn reed. In de beide andere gevallen werd het rijwiel in beslag genomen. Dit geschiedde in de Kalverstraat, waar het rijwielverkeer den geheelen dag verboden is en op den Heiligenweg, welke door een jongmensch in de verkeerde richting werd ingereden.

Bron

Terug naar… 6 juni 1896

Vandaag een bericht over vier ondernemende jongens die wanderlust kregen na het lezen van Robinson Crusoë:

De Barendtszstraat was gisteravond in rep en roer en ook in den afgeloopen nacht was het er levendiger dan anders ’s nachts het geval is. Vele bewoners gingen niet naar bed omdat zij belangstelling koesterden voor de ouders wier kinderen sedert gisterochtend verdwenen waren, zonder dat een spoor van hen was te ontdekken. Vier knapen van 12 tot 15 jaar n.l., in die straat woonachtig, waren zoek. Het eenige dat men van hen wist was, dat zij ‘s morgens de ouderlijke woningen hadden verlaten om te gaan zwemmen, en dat zij aan andere kornuiten hadden verteld dat ze naar Zwitserland gingen. De ouders verkeerden in doodelijken angst, maar ziet, hedenochtend te vijf uur kwamen de jongens dood vermoeid weder boven water — de Zwitsersche reis was afgeloopen.

Zij vertelden dat ze door het lezen van Robinson Crusoë waren gekomen tot de zucht naar avontuur en besloten hadden op reis te gaan, eerst naar Zwitserland naar de Alpen. Zij hadden een beetje geld opgespaard en met die schatten en een atlas gewapend waren zij de groote reis begonnen.

Maar de honger had hen de weinige spaarpenningen reeds doen omzetten in brood en melk en toen zij Hilversum hadden bereikt, waren de reispenningen op en bleef er niet anders over dan maar terug te gaan naar de Barendtszstraat te Amsterdam.

De jongens zullen wel een les gekregen hebben, omdat zij hun ouders in zoo groote ongerustheid lieten; zij zijn waard dat zij in hun leven Zwitserland eens te zien krijgen.

Bron

Terug naar… 3 juni 1896

De rechter heeft een uitspraak gedaan in de zaak van de de fluitende anti-monarchist:

De rechtbank alhier, 4e kamer, veroordeelde heden J. J. Samsom, wegens het fluiten bij gelegenheid dat de Koninginnen op het Rembrandtplein voorbij reden, tot 3 maanden gevangenisstraf.
[…]
Gelast werd de fluitjes te vernietigen.

Bron