Terug naar… 25 januari 1896

In Rotterdam schijnt een commissie te zijn die de doodstraf opnieuw in wil voeren. Een tegenstander van de doodstraf, ene B.B., heeft daarom in het Nieuws van de Dag een artikel gepubliceerd waarin hij (of zij?) pleit voor maatregelen die ervoor zorgen dat het opsporingsapparaat verbetert. Want:

Wat baat het of men galgen en valbijlen opstelt voor moordenaars, die in de schaduw van het schavot misschien grijnzend hunne sigaar staan te rooken?

Verder betwijfelt de tegenstander of het huidige gevangenisregime wel streng genoeg is. Is een gevangenisstraf nog wel een boetedoening? De tegenstander vraagt zich daarom af…

of de nieuwerwetsche humaniteit tegenover misdadigers niet reeds veel te ver is gegaan; of de straf door opsluiting in sommige gevallen, naar den aard der misdaad, niet veel gevoeliger en hierdoor rechtvaardiger en afschrikkender behoorde te zijn; of het medelijden voor Kaïn in ziekelijkheid niet grooter dreigt te worden, dan het medelijden voor Abel.

Een opmerkelijke uitspraak als je bedenkt dat een gevangenisstraf in 1896 – zeker vergeleken met nu – op zijn zachts gezegd geen pretje was. Gevangenen die een straf kregen van zes maanden of langer werden namelijk bijna volledig geïsoleerd. Op die manier zouden ze sneller tot bezinning komen. Deze zogenaamde “cellulaire straf” was zo verschrikkelijk dat veel gevangenen krankzinnig werden of zelfmoord pleegden.

Bron

 

Terug naar… 24 januari 1896

Weer een prachtig voorbeeld van 19e-eeuwse humor in de krant van vandaag:

In een spoorrijtuig eerste klasse maakt iemand de opmerking dat de reizigers eerste klas de meeste kranten koopen. Dan kan men niet zeggen — laat een ander er op volgen — dat dit een uitgelezen publiek is. En nu beweert men nog dat onze taal zich niet leent voor woordspelingen!

Haha! In een advertentie van het Franse circus van Corty Althoff wordt bekendgemaakt dat er een levend varken gewonnen kan worden:

1 Levend Varken cadeau aan dengene die geblinddoekt hetzelve in de Manège vangen kan. Aanmeldingen, waartoe ieder wordt toegelaten, bij de Kassa.

Dat moet een mooi gezicht worden! Het klinkt in ieder geval amusanter dan een andere act die opgevoerd gaat worden in het circus: “Fransche Schoolkinderen”. Volgens de advertentie is dit een “kleine komische Pantomime-scène uitgevoerd door meerdere Dames en Heeren”.

Geen zin in het circus? Dan is er ook nog het Nederlandsch Panopticum. Dit was een Amsterdams wassenbeeldenmuseum waar o.a. actuele gebeurtenissen werden uitgebeeld. In 1896 werd de Lombokgroep tentoongesteld. Deze groep beelden liet de overgave van de vorst van Lombok aan generaal Vetter in 1894 zien. De “pacificatie” (of beter gezegd: verovering) van het onrustige Lombok door ons heldhaftige leger werd door vele Nederlanders gezien als een nobele strijd. Met enige trots zullen de bezoekers daarom door het panopticum gelopen hebben. Inmiddels zijn we anders gaan denken over de verovering van Lombok. Zo verscheen er na de dood van de latere voorzitter van de ministerraad Hendrik Colijn een brief van zijn hand waaruit bleek hoe wreed het Nederlandse leger zich had gedragen in Lombok:

Ik heb er een vrouw gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. […] We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten, en zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ‘t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. ‘t Was een verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen.

Bron

Terug naar… 23 januari 1896

De krant bericht dat ouders hun kinderen binnenkort weer kunnen inschrijven bij de openbare lagere scholen van de derde en vierde klasse:

…dat de eerstvolgende inschrijving van leerlingen voor de openbare lagere scholen der 3e en der 4e klasse zal plaats hebben op Maandag 3, Woensdag 5 en Vrijdag 7 Februari e.k. van 12 tot 1 uur aan de gebouwen der scholen, en tevens, dat geen kinderen beneden den vijfjarigen leeftijd worden ingeschreven.

Bij de inschrijving moet worden overgelegd eene geboorte-akte of ander geboortebewijs van den candidaat.

In 1896 waren er vier soorten scholen: (gratis) scholen van de eerste klasse  waren voor de armen, scholen van de tweede klasse waren voor de onderlaag van de middenklasse en scholen van de derde en vierde klasse waren voor de welgestelden. Hoe hoger de klasse, hoe beter het onderwijs, hoe groter de gebouwen en hoe hoger het schoolgeld. Scholen van de derde en vierde klasse hadden bovendien mooie namen terwijl scholen van de eerste en tweede klasse respectievelijk met nummers en letters aangeduid werden. Op een school van de eerste klasse kregen kinderen dus zeker geen eersteklas onderwijs.

In een ander bericht wordt gemeld dat ouders hun kinderen ook kunnen inschrijven bij lagere scholen van de tweede klasse. In tegenstelling tot het andere bericht (waar uiteraard niet gesproken wordt over zoiets vulgairs als geld), wordt hier duidelijk uitgelegd hoeveel het allemaal gaat kosten. Een ander verschil is dat Frans, de taal van de elite, niet in het curriculum zit en dat de ouders eerst naar een gemeenteambtenaar (de buurtsecretaris) moeten die een school voor ze uitkiest. Niks vrije schoolkeuze!

Ouders, die hun kinderen wenschen geplaatst te zien op de openbare scholen der 2e klasse, dat zijn scholen, waar per week voor 1 kind een schoolgeld van ƒ 0.20, voor 2 kinderen ƒ 0.15 en voor 3 of meer kinderen ƒ 0.12½ ieder geheven en geen Fransch onderwezen wordt, gaan:

1e. naar den buurtsecretaris, bij wien zij ingeschreven zijn, met het geboortebewijs van het in te schrijven kind en geven hun verlangen te kennen om hun kind te laten inschrijven.

2°. met het biljet, dat de buurtsecretaris hun geeft, naar de school, welke deze hun aanwijst,

Overigens was het ook toegestaan om je kinderen niet naar school te sturen: de leerplicht werd pas in 1901 ingesteld.

Bron

Terug naar… 22 januari 1896

Rond 1900 reden de treinen minder snel dan nu (zo’n 75 kilometer per uur), maar storingen duurden een stuk korter als we het verhaal uit het Handelsblad van vandaag mogen geloven. Zelfs als een rijtuig bijna in de fik vloog, was de vertraging minimaal:

Hedenmorgen moest aan het station Halfweg [een inmiddels niet meer bestaand station dat gelegen was tussen Haarlem en Amsterdam] uit den bliksemtrein een rijtuig verwijderd worden, waaraan door het heetloopen der as, een begin van brand was ontstaan; de trein ondervond ruim 10 minuten vertraging.

Bron

Terug naar… 21 januari 1896

Vanmiddag hing er volgens de krant zo’n dikke mist in de stad dat het zicht maar een halve meter was. Het verkeer was daardoor nagenoeg gestremd. Uit de volgende poëtische beschrijving kunnen we afleiden dat het waarschijnlijk ging om een giftige combinatie van kolenrook en mist.

Over het water en de langs de benedenverdiepingen hing de vunzige dikke damp, terwijl de bovenverdiepingen der huizen in het zonlicht schitterden.

Smog (zoals we het tegenwoordig zouden noemen) moet een terugkerend probleem geweest zijn gedurende de wintermaanden: de talloze kolenkachels in huizen, scholen, winkels en kantoren werden in deze periode flink opgestookt. Dit kwam nog eens bovenop de constante vervuiling die veroorzaakt werd door stoomschepen, stoomtreinen en kolenverslindende fabrieken die – niet geboden aan strenge milieu-wetgeving – in of vlakbij steden stonden.

Bron