Now, Voyager

Een paar dagen geleden werd bekend gemaakt dat het ruimtevaartuig Voyager 1 naar alle waarschijnlijkheid een jaar geleden ons zonnestelsel verlaten heeft. Ik vond het een opbeurend bericht. Want het is toch eigenlijk niets minder dan een wonder dat we een vaartuig op miljarden kilometers van de aarde kunnen brengen – een afstand die elk menselijk voorstellingsvermogen te boven gaat. En wat geweldig dat de Voyagers – Voyager 2 is net als 1 gelanceerd in 1977 en zal ook op een gegeven moment ons zonnestelsel verlaten – nog steeds metingen verrichten en doorseinen naar hun thuisplaneet (aardige anekdote: het computersysteem is zo primitief dat er een gepensioneerde NASA-ingenieur van stal gehaald moest worden toen men onlangs de software wilde herschrijven). Het Voyager-project laat zien dat de mensheid niet alleen maar uitblinkt in het vergassen van Syrische kinderen, maar ook – als we een beetje ons best doen – grootse dingen tot stand kan brengen.

Ik word altijd wat antropomorfistisch als ik aan de Voyagers denk. Ik zie ze niet als machines, maar als eenzame ontdekkingsreizigers die zich dapper een weg banen door het lege en duistere heelal. En wat een ontdekkingen hebben ze gedaan! Sinds hun lancering hebben ze allebei Jupiter en Saturnus bezocht; Voyager 2 heeft eveneens – als eerste en enige ruimtevaartuig – Uranus en Neptunus aangedaan (interplanetaire vaartuigen worden met zogenaamde zwaartekrachtslingers van de ene naar de andere planeet gebracht; vanwege de stand van de planeten in 1977 was het mogelijk om via deze methode in één keer vier verschillende planeten te bezoeken – pas rond 2152 doet zo’n kans zich weer voor). Tijdens hun reizen hebben ze onder andere actieve vulkanen op Io (een maan van Jupiter), auroras op Neptunus en tien nieuwe manen van Uranus ontdekt. Daarnaast hebben ze een groot aantal iconische foto’s genomen van de bezochte planeten en manen. Sommigen daarvan kan ik uit mijn hoofd natekenen, zo vaak heb ik ze voorbij zien komen in de jaren 80-boeken over ruimtevaart die ik vroeger als klein jongetje verslond.

Eén van de mooiste Voyager-foto’s is naar mijn mening de zogenaamde pale blue dot. Toen NASA in 1990 de camera van Voyager 1 wilde uitschakelen om energie te sparen (het vaartuig had al Saturnus en Jupiter bezocht en zou geen objecten meer tegenkomen die gefotografeerd konden worden), kwam de astronoom Carl Sagan (1934-1996) op het idee om de camera te draaien en een foto te maken van de aarde. Op deze allerlaatste foto – in feite een zelfportret – is de aarde zichtbaar als een nietig, blauw stipje. Sagan beschrijft op poëtische wijze de foto in zijn boek Pale Blue Dot: A Vision of the Human Future in Space:

From this distant vantage point, the Earth might not seem of any particular interest. But for us, it’s different. Consider again that dot. That’s here. That’s home. That’s us. On it everyone you love, everyone you know, everyone you ever heard of, every human being who ever was, lived out their lives. The aggregate of our joy and suffering, thousands of confident religions, ideologies, and economic doctrines, every hunter and forager, every hero and coward, every creator and destroyer of civilization, every king and peasant, every young couple in love, every mother and father, hopeful child, inventor and explorer, every teacher of morals, every corrupt politician, every “superstar,” every “supreme leader,” every saint and sinner in the history of our species lived there – on a mote of dust suspended in a sunbeam.

Sagan was ook verantwoordelijk voor de Golden Records die aan de Voyagers bevestigd zijn: een langspeelplaat van verguld koper met daarop afbeeldingen van de aarde (o.a. de radiotelescoop van Westerbork) en muziek (o.a. Bach en Beethoven, maar ook Senelagese percussie). Sagan noemde deze platen kosmische flessenpost: een boodschap gericht aan de aliens die wellicht stuiten op één van beide Voyagers. Gezien de onmetelijke uitgestrektheid van het heelal is de kans klein dat een Golden Record ooit afgespeeld wordt door een buitenaardse beschaving, maar het is een mooi, hoopvol gebaar. (In 2006 is New Horizons gelanceerd, een ruimtevaartuig dat Pluto gaat bezoeken en daarna, net als de Voyagers, ook uit het zonnestelsel geslingerd gaat worden. Aan boord bevinden zich een Amerikaanse vlag, een muntje en een cd-rom met namen. Oftewel: waardeloze rotzooi! Wat een verschil met de universele en nobele inhoud van de Golden Record!) De Golden Records zullen met een beetje geluk een miljard jaar meegaan. Het is daarom niet uitgesloten dat als de mensheid uitgestorven is, deze platen nog steeds ergens in het heelal rondzweven, zoekend naar een ontvanger. Dat maakt de Voyagers wellicht de laatste boodschappers van een verzonken wereld.

Ik wil daarom afsluiten met enkele dichtregels van Walt Whitman. Een laatste groet van mij aan de Voyagers:

Now finale to the shore!
Now, land and life, finale, and farewell!
Now Voyager depart! (much, much for thee is yet in
store;)
Often enough hast though adventur’d o’er the seas,
Cautiously cruising, studying the charts,
Duly again to port, and hawser’s tie, returning:
—But now obey thy cherish’d, secret wish,
Embrace thy friends—leave all in order;
To port, and hawser’s tie, no more returning,
Depart upon thy endless cruise, old Sailor!